Koasa Trail Stage 3

Antwoorden op mogelijke redenen voor de bouw op deze uitzonderlijke locatie en op de naam van de kapel zijn door de bevolking in de mondelinge traditie te vinden gezocht via verschillende sagen. In al deze verklaringssagen speelt de figuur van de duivel een rol.
Beda Weber geeft in 1837 al een verhaal weer, waarin gesteld wordt dat de kapel op de geïsoleerde rots is gebouwd, „nadat een kwade duivel van de plek was verdreven, die de passerende kerkgangers plaagde en bespotte“. Een tweede, ook in het nabijgelegen Kössen bekende versie vertelt over een meisje dat onverzadigbaar wilde dansen. Dit deed ze uiteindelijk met de duivel, wiens dierenvoeten zichtbaar waren toen men haar met de danser naar deze kapel leidde. Volgens een ander verhaal wilde de duivel voorkomen dat een boerin uit dank voor een gelukkig overleefde ziekte ter ere van de Heilige Maagd een kapel liet bouwen, en gooide uit woede een bergpunt van het Kaisergebirge op de bouwplaats. Door het gebed van de boerin zakte de rots echter maar langzaam neer en boorde zich zo in de grond, als was hij daar neergezet. Als dank werd daarop de kapel opgericht.
Opvallend is in elk geval de poging tot interpretatie van een tenminste antiquarisch aandoende cultusplaats door barokke kunst en christelijke geloofsopvattingen van deze tijd. Een vergelijking en verwantschap van het rotsheiligdom met dat van Maria Stampfanger bij Söll is ook niet te ontkennen.
De kapel is gebouwd als een staanderconstructie met verticale houten bekleding, ingetrokken, recht afsluitende altarnis en een gebogen, met shingles bedekt zadeldak en wordt bereikt via een trap, die in natuursteen metselwerk tegen de rots is geplaatst. De houten bekleding is in 1983 bij de laatste restauratie van de kapel grotendeels vernieuwd. Via een eenvoudige, rechthoekige houten deur betreedt men de gebedsruimte, waarvan de wanden zijn beschilderd met een rode baksteenspatroon. Van het oorspronkelijk zeer rijke interieur is helaas het merendeel gestolen. Alleen uit de literatuur weet men van drie votiefbeelden uit de 18e eeuw, die echter weer aanwijzingen geven over de barokke oorsprong van de kapel: Een afbeelding was Christus op de Olijfberg, de andere twee (gedateerd 1729 en 1743) waren gewijd aan de Altöttinger genade-madonna. Toen de inrichting van de kapel in 1957 door Peter Thaler uit St. Johann in Tirol werd gerenoveerd, waren de twee panelen van 1729 en 1743 al verdwenen. Ook de altaarfiguur van de Zwarte Madonna van Altötting (bijzonder met een wit gezicht) was op dat moment al niet meer aanwezig en was vervangen door dat hart-Jezus-beeld, dat ook nu nog in de blauw beschilderde altarnis achter het barokke honingraathek te zien is. Het derde votiefbeeld en een ander uit 1865 met een afbeelding van Maria-Hulpe moeten kort daarna verloren zijn gegaan. Ook van de in olie op hout geschilderde barokke afbeeldingscyclus onder het zadeldak is alleen de middelste afbeelding van de heilige Michael als zielenweger origineel behouden. De vier andere scènes (Maria Boodschap, Geboorte van Christus, Vlucht naar Egypte, Heilige Wandel) zijn in het kader van de renovatie van 1957 door Berta Thaler, de dochter van Peter Thaler uit St. Johann in Tirol, opnieuw gemaakt naar motieven van Giotto. Maar ook deze afbeeldingen zijn gestolen, vandaag de dag zijn daarvan nog alleen de naar fotografische voorbeelden geschilderde kopieën door de Kitzbüheler restaurator Hermann Mayr behouden.
Aan de voet van het rotspunt is de gemetselde nis met een houten zadeldak en houten balustrade voor de segmentboognis aangebouwd. In 1977 werd tijdens de renovatie van het beeldhouwwerk door de eigenaar de kruisigingsbeeld in de nis opnieuw gemaakt ter vervanging van de gestolen.
Literatuurnota: Dorfbuch Kirchdorf in Tirol
Lees meer
Openingstijden en contact
Contact
Griesenau, 6382 Kirchdorf in Tirol
Route plannen